Vrouwenrechten in de Islam

Het onderwerp ‘vrouwen in de Islam’ is onderhevig aan heel wat misverstanden en vervormingen, deels door gebrek aan inzicht, maar deels ook vanwege het wangedrag van sommige Muslims van wie hun omgeving denkt dat ze de leer van de Islam vertegenwoordigen.

We zullen het hier hebben over wat de Islam onderricht, en dat is de norm waarmee Muslims moeten worden beoordeeld. Daarom zijn de Quran (het woord van Allah) en de gezegden van de Profeet, zijn daden en bevestiging, mijn basis en bron voor deze bijdrage. De Islamitische wetten zijn afgeleid van deze bronnen. Om onze discussie vlotter te laten verlopen, kunnen we de positie van de vrouw bespreken vanuit verschillende invalshoeken: spiritueel, economisch, sociaal en politiek.

Vanuit spiritueel oogpunt moeten we zeven punten onthouden

* Volgens de Quran hebben mannen en vrouwen dezelfde geest en is op spiritueel vlak geen van beiden superieur (De Edele Quran 4:1, 7:189, 42:11)

* De Quran stelt heel duidelijk dat alle menselijke wezens (en deze woordkeuze is niet alleen van toepassing op mannen of vrouwen, maar op beiden) iets hebben wat we een menselijke ziel kunnen noemen. Allah zegt:

“Toen Ik hem vervolmaakt had en Mijn (geschapen) Geest erin geblazen had…” (De Edele Quran 15:29 – zie ook 32:9)

Hiermee wordt geen incarnatie van de geest bedoeld, maar de pure, aangeboren geestelijke natuur waarmee God hem/haar heeft bedacht.

* De Quran geeft opnieuw aan dat een van de meest eervolle rangen van de mens (het woord ‘mens’ slaat op beide geslachten) eruit bestaat dat God hem heeft geschapen als zijn vertrouweling en vertegenwoordiger op aarde. Dit wordt op veel plaatsen in de Quran bevestigd.

* Nergens in de Quran vinden we enig spoor van verwijt aan het adres van Eva voor de eerste fout, het eten van de verboden boom. Nergens – ook al wordt er in de Quran wel over Adam, Eva en de verboden boom verteld, zij het met een totaal andere instelling. Het verhaal wordt verteld in 7:19-27, en het zegt dat ze dit allebei hebben gedaan, er wordt aan hen beiden gezegd dat ze allebei ongehoorzaam zijn geweest en allebei ontdekken ze de gevolgen van hun ongehoorzaamheid, allebei tonen ze berouw en vragen ze om vergiffenis, en allebei krijgen ze die vergiffenis ook. Nergens in de Quran krijgt de vrouw de schuld voor de zondeval van de man. Bovendien spreekt de Quran over het lijden van vrouwen tijdens de zwangerschap en de geboorte, maar legt hij nergens het verband met het concept van de oerzonde, aangezien die gewoon niet bestaat in de Islam. Dit lijden wordt niet aangehaald als een reden om vrouwen aan de zondeval van de mens te herinneren, maar als een reden om een vrouw te bewonderen en lief te hebben als vrouw en als moeder.

In de Quran, vooral in 31:14 en 46:15, wordt heel duidelijk dat God de mensheid heeft opgedragen goed te zijn voor de ouders. Hij vermeldt:

“Zijn moeder droeg hem in zwakheid op zwakheid… ” (De Edele Quran 31:14) “Zijn moeder heeft hem met moeite gedragen en met moeite gebaard…” (De Edele Quran 46:15)

* De Quran maakt dit opnieuw duidelijk om elk spoor van meerderwaardigheid te verwijderen, en ik verwijs nog eens naar 49:13. Het is wel zo dat er sommige foutieve vertalingen bestaan, maar als je teruggrijpt naar de originele Arabische tekst, is het duidelijk dat er geen sprake is van verschil tussen de geslachten.

* Wat betreft moraliteit, spirituele verplichtingen en daden van aanbidding zijn de vereisten voor mannen en vrouwen gelijk, behalve daar waar er voor vrouwen bepaalde toegevingen worden gedaan omwille van hun vrouwelijke aard, hun gezondheid of die van hun babies.

* In meer dan één vers (3:195 en 4:124) benadrukt de Quran heel duidelijk dat al wie goede daden verricht en gelooft – en er wordt gespecifieerd ‘of het nu man of vrouw is’ – door God overvloedig zal worden beloond.

 

Op het vlak van economische rechten

Hier moeten we voor ogen houden dat de vrouwen in Europa tot de 19° eeuw geen recht hadden op eigen bezit. Wanneer ze huwden, ging hun eigendom over op naam van hun man, of mochten ze er zonder de toestemming van hun man niets mee aanvangen. In Groot Brittannië, wellicht het eerste land dat vrouwen recht op eigendom gaf, werden er in 1860 wetten gestemd onder de naam “Married Women Property Act” (Wet aangaande Eigendom voor Gehuwde Vrouwen). Meer dan 1300 jaar eerder was dit recht duidelijk gevestigd door de Islamitische wetgeving:

“… voor de mannen is er aandeel in wat zij gedaan hebben, en voor de vrouwen is er een aandeel in wat zij gedaan hebben…” (De Edele Quran 4:32)

Ten tweede kent de Islamitische wetgeving geen beperkingen op de mogelijkheid van de vrouw om te gaan werken of een beroep uit te oefenen, als zou ze enkel thuis horen. Eigenlijk moeten er per definite, in een waarlijk Islamitische samenleving, vrouwelijke artsen zijn, vrouwelijke verpleegsters, vrouwelijke leerkrachten, aangezien het beter is om jongeren tijdens hun gevoelige en wispelturige tienerjaren gescheiden te houden bij hun hogere opleiding. Wanneer de vrouw verkiest uit werken te gaan – of als de gehuwde vrouw dit doet met instemming van haar man – dan heeft ze recht op een gelijk loon, niet voor hetzelfde werk maar voor gelijkwaardig werk.

Ten derde is de Islamitische wetgeving op het punt van financiële zekerheid meer geneigd de vrouwen te begunstigen. Hier zijn zeven voorbeelden:

* Tijdens de verlovingsperiode is het de vrouw die de geschenken krijgt.

* Het huwelijk valt ten laste van de echtgenoot, niet van de familie van de bruid. Hij wordt geacht een huwelijksgift te betalen. De Quran heeft het een geschenk genoemd, en het is het exclusieve recht van de vrouw. Zij hoeft ook niets uit te geven voor het huishouden, hoeft niets te betalen aan vader, man of wie ook.

* Mocht de vrouw enig bezit hebben op het ogenblik van haar huwelijk, dan behoudt ze die eigendom in eigen naam na dat huwelijk. Het blijft onder haar gezag. In de meeste Islamitische landen houdt de vrouw ook haar eigen familienaam en haar eigen identiteit.

* Als de vrouw tijdens haar huwelijk inkomsten verwerft, zij het via investeringen, eigendom of werk, dan hoeft zij daar geen cent van te spenderen aan het huishouden. Het is en blijft volledig van haar.

* Het totale onderhoud van een gehuwde vrouw valt volledig onder de verantwoordelijkheid van haar echtgenoot. Ook als zij misschien rijker is dan hij, hoeft ze niets uit te geven.

* Bij een scheiding zijn er bepaalde garanties tijdens de wachtperiode, en zelfs daarna, voor het onderhoud van de vrouw.

* Heeft de weduwe of de gescheiden vrouw kinderen, dan heeft ze voor elk kind recht op onderhoudsgeld.

Nu wordt het duidelijk waarom de Islamitische wetgeving, in ruil voor deze zekerheden voor de vrouw, in het kader van het erfrecht de mannen een groter deel toekent. Dochters zullen vanuit sociaal oogpunt waarderen dat de Islam een einde maakte aan de barbaarse gewoonte onder de pre-islamitische Arabieren om meisjesbabies te vermoorden. Deze onwetende mensen begroeven hun dochters levend. De Quran heeft deze praktijk verboden en als misdaad bestempeld (Soera 81). Bovendien veroordeelde de Quran het chauvinistische gedrag van sommigen die zich verheugden over de geboorte van een zoon, maar treurden als het een dochter was.

 

Op sociaal vlak:

De plicht tot onderwijs – niet enkel het recht maar de plicht – waarop de Profeet (vrede en zegeningen met hem) heeft gewezen, is een plicht voor elke Muslim, man èn vrouw.

Wat de behandeling van dochters betreft, heeft Profeet Muhammad (vrede en zegeningen met hem) gezegd: “Eenieder die twee dochters heeft, en ze niet heeft begraven, hen niet heeft beledigd, die ze fatsoenlijk heeft opgevoed – hij en Ik zullen ‘zo’ zijn.” en daarbij hield hij zijn twee vingers dicht bijeen. Een andere keer zat de Profeet (vrede en zegeningen met hem) ergens neer. Een metgezel zat naast hem. De zoon van die gezel kwam erbij. Hij kuste zijn zoon en nam hem op zijn schoot. Zijn dochter kwam, en hij zette haar gewoon naast zich neer. De Profeet (vrede en zegeningen met hem) zei tot de man: “Je bent niet rechtvaardig geweest” waarmee hij bedoelde dat hij zijn dochter op dezelfde manier had moeten behandelen, dat hij haar ook had moeten kussen en op zijn schoot nemen. Het is inderdaad zo dat de Profeet (vrede en zegeningen met hem) telkens als zijn dochter Fatimah bij hem kwam voor het oog van iedereen opstond, haar kuste en haar op zijn favoriete plekje liet zitten, waar hij tot dan toe had gezeten.

Wat het huwelijk betreft, stelt de Quran heel duidelijk in de verzen 30:20 en 42:11 dat het huwelijk niet een onvermijdelijk kwaad is, niet een huwelijk tussen meester en slaaf, maar een relatie tussen twee partners.

“En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij van jullie eigen soort echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie rust bij haar vinden, en Hij bracht tussen jullie liefde en barmhartigheid. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt.” (De Edele Quran 30:21)

In de Quran staan ontelbare verzen die hierover handelen.

Ten tweede is de goedkeuring en de instemming van het meisje met het huwelijk een vereiste voor de geldigheid van het Islamitische huwelijk. Ze heeft het recht om neen te zeggen.

Man en vrouw hebben wederzijdse en aanvullende verantwoordelijkheden. Het zijn wellicht geen identieke taken, maar de som van die rechten en verantwoordelijkheden is in evenwicht. De Quran zegt:

“En voor de vrouwen zijn er rechten overeenkomstig hun plichten, volgens wat redelijk is. Maar voor de mannen is er een rang boven hen.” (De Nobele Quran 2:228)

Dit specifieert enkel de graad van verantwoordelijkheid, niet van een privilege (!), voor de man als kostwinner, beschermer, verzorger en hoofd van de familie. Diezelfde Soera spreekt over de scheiding, over overleg tussen echtgenoten, zelfs in het geval van echtscheiding. Als er conflicten zijn in het gezin, roept de Quran eerst en vooral op tot redelijkheid en tot het overwegen van de positieve kenmerken van de echtgenoot:

“Behandelt hen volgens de voorschriften en met goedheid. En wanneer jullie een afkeer van hen hebben, dan kan het zijn dat jullie een afkeer hebben van iets, terwijl Allah daarin veel goeds gelegd heeft.” (De Edele Quran 4:19)

Als dit niet lukt, en de problemen tussen man en vrouw verder duren, zijn er maatregelen die kunnen worden toegepast. Sommige daarvan vinden plaats in de private sfeer, tussen man en vrouw. Er zijn er die streng kunnen lijken, maar er zijn normen die overdrijving of misbruik ervan beperken. Deze maatregelen worden gezien als een poging het huwelijk te reden, veeleer dan de familie te verscheuren. Als de situatie niet verbetert, dan is een familieraad de volgende stap. Een bemiddelaar van zijn familie en één van haar familie moeten samen met het koppel overleg plegen en pogen een oplossing voor de problemen te vinden.

Als blijkt dat een scheiding onvermijdelijk is, zijn er een hele hoop gedetailleerde procedures in de Islamitische wetgeving. Die vernietigen meteen de algemene indruk dat scheiden in de Islam heel gemakkelijk is en alleen het recht van de man. Scheiden is niet het alleenrecht van de man, en het is niet zo dat hij simpelweg drie keer moet zeggen “Ik scheid van je”. De Islam voorziet bovendien in wetten aangaande de voogdij over de kinderen. Ik was enorm verrast in kranten de valse bewering te lezen dat de voogdij in alle gevallen naar de man gaat. De voogdij wordt bepaald met het oog op het welzijn van het kind, en daarbij bevoordelen de wetten vaak de moeder voor de voogdij over jonge kinderen.

Polygamie heeft zich in de geest van veel mensen tot een mythe ontwikkeld, waardoor velen denken dat elke Muslim vier vrouwen heeft. Dit is uiteraard een verkeerde opvatting. Edward Westenmark, een befaamde anthropoloog, heeft in zijn tweedelige werk “History of Human Marriage” (Geschiedenis van het Menselijke Huwelijk) opgemerkt dat er in elke cultuur en godsdienst polygamie voorkwam, inclusief in het Jodendom en het Christendom. Het is niet mijn bedoeling daarop te zeggen “Waarom dan de Islam met de vinger wijzen?”. Islam is namelijk de enige godsdienst, zelfs onder de godsdiensten die van Abraham voortkomen, die de praktijk van polygamie, die allang voor de komst van de Islam bestond, aan banden heeft gelegd en er uiterst strenge voorwaarden voor heeft opgelegd. De vraag “Hoe kan een man twee vrouwen hebben? Dat is vreselijk!” komt voort uit ethnocentrisme. We gaan ervan uit dat het vreemd is, omdat wij hier in het Westen leven en polygamie vreemd vinden. We gaan ervan uit dat onze levensopvatting van toepassing moet zijn op alle culturen, ten allen tijde, onder alle omstandigheden. Dit is eenvoudigweg niet juist. Kijken we naar een hedendaags voorbeeld. In de wrede aanval op Afghanistan werd er een volkerenmoord gepleegd op het Afghaanse volk. Men schat het aantal doden op 1 tot 1,5 miljoen, waarvan de meerderheid mannen op huwbare leeftijd waren. Met zo’n groot tekort aan mannen… wat moet er gebeuren met de weduwen, hun wezen en hun huwbare dochters? Is het beter hen in een kamp te stoppen, met een aalmoes, ofwel dat een man zich bereid toont voor de vrouw en de kinderen van een gevallen kameraad te zorgen?

Vanzelfsprekend is monogamie de norm voor Muslims. Als we namelijk zouden aannemen dat een huwelijk met vier vrouwen de norm is, dan zouden we er dus van uitgaan dat de bevolking bestaat uit 80% vrouwen en 20% mannen – wat in het algemeen onmogelijk is. Het enige vers van de Quran dat over polygamie spreekt, spreekt over de inperking ervan, niet over het vestigen ervan. Dit vers werd geopenbaard na de Slag bij Uhud, waarbij veel Muslims het leven lieten en waarna hun vrouwen en kinderen hulpeloos achterbleven. Dit vers toont de geest en reden voor de openbaring.

De Quran plaatst de gehoorzaamheid aan de ouders in belangrijkheid meteen na de aanbidding van God:

“Wij bevolen de mens (goedheid) jegens zijn ouders.” (De Edele Quran 31:14)

Dan spreekt de Quran verder over de moeder. In een uiterst bondige uitspraak heeft Profeet Muhammad (vrede en zegeningen met hem) gezegd: “Het Paradijs bevindt zich aan de voeten van de moeders.” Ooit kwam een man naar hem toe en vroeg “O Boodschapper, wie onder de mensen verdient mijn goedheid en liefde?” De Profeet antwoordde “Je moeder”. “Wie dan?” “Je moeder.” “Wie dan?” “Je moeder”. Pas na de derde keer zei hij: “En je vader.”

We stellen vast dat de Quran over mannen en vrouwen (als zuster in geloof en in bloed) spreekt en hen oproept om samen te werken in goedheid. Soera 9:71 spreekt over mannen en vrouwen als elkaars helpers, die oproepen tot het behoorlijke en het verwerpelijke verbieden, die de Salaat onderhouden en Zakaat geven. Profeet Muhammad (vrede en zegeningen met hem) herhaalde wat de Quran zei: “Ik beveel u goed te zijn tegenover de vrouwen.” In een van zijn laatste bevelen, tijdens zijn afscheidsbedevaart kort voor zijn dood, bleef hij herhalen: “Wees goed en attent tegenover de vrouwen.” Volgens een andere hadith heeft hij gezegd: “Alleen wie een gul karakter heeft, is ook goed tegenover vrouwen, en enkel de boze beledigt hen.”

Wat de kleding betreft leggen noch de Quran, noch de uitspraken van de Profeet (vrede en zegeningen met hem) aan de vrouwen een bepaalde klederdracht uit een welbepaald land op. De Quran geeft slechts basisrichtlijnen. Een toegewijde Muslim vrouw leeft die richtlijnen niet alleen na omdat haar vader of echtgenoot het haar beveelt, maar omdat Allah dit reeds in de Quran als een vereiste heeft aangeduid, en omdat doorheen de Openbaringen aan Profeet Muhammad (vrede en zegeningen met hem) verder werd uitgelegd dat het niet de bedoeling is vrouwen beperkingen op te leggen. Deze richtlijnen zijn bedoeld om te zorgen voor een deugdzame gemeenschap, waarin niet voor iedereen sexuele aantrekkingskracht de hoofdbekommernis is. Dit dwingt iedereen de vrouw te respecteren voor wie ze is als mens, als een intelligent en spiritueel wezen, veeleer dan als een wezen dat wordt herleid tot haar sexualiteit.

Tot slot nog enkele woorden over politiek engagement.

Het vers dat we al eerder aanhaalden, Soera 9:71, dat over mannen en vrouwen spreekt als elkaars helpers, werd door sommige juristen geïnterpreteerd als zou het ook slaan op het publieke leven. Hoe kunnen vrouwen namelijk oproepen tot het goede, en het kwade verbieden, zonder actief te zijn in de aangelegenheden van hun maatschappij? Volgens de Quran (ik heb het nu niet over de praktijk van Muslims) in Soera 60:12, lezen we over vrouwen die “bayy’ah” maken bij de Profeet (vrede en zegeningen met hem). Bayy’ah is als term in de Islam in zekere mate te vergelijken met wat we een verkiezing kunnen noemen, een eed van trouw, een verbond. Hij kreeg die niet als Profeet maar als staatshoofd, aangezien hij toen al het staatshoofd van Medina was.

Onder de regering van ‘Umar namen vrouwen deel aan het uitvaardigen van wetten. ‘Umar deed een voorstel voor een bepaalde regeling aangaande het huwelijk. Een vrouw in de moskee stond op en zei: ” ‘Umar, dat kan je niet doen.” ‘Umar zei niet: “Zwijg, je bent een vrouw en hebt niets met politiek te maken”. Hij vroeg haar: “Waarom?”. Ze argumenteerde op basis van de Quran. Voor het oog van iedereen stond hij op en zei: “Deze vrouw heeft gelijk en ‘Umar heeft zich vergist” en hij trok zijn voorstel in. Dat was de mentaliteit in de vroege jaren van de Islam.

In de meest authentieke Hadithverzameling, de Ahadith van Bukhari, is er een sectie gewijd aan de deelname van vrouwen, niet enkel aan het publieke leven, maar ook op het slagveld – en dan niet alleen voor logistieke ondersteuning. Vrouwen droegen wapens en wanneer de Muslims in groot gevaar verkeerden, gaven zij zich als vrijwilligers op om aan het gevecht deel te nemen.

De problemen die we hier presenteerden zijn niet de problemen van de Islam. Het gaat om gebrek aan toewijding, gebrekkige toepassing (of foutieve toepassing) van de Islamitische leer door de Muslims zelf. De onderwerpen die ik hier heb proberen behandelen zijn voorbeelden van de grote kloof die er gaapt tussen de ware leer van de Islam zoals hij kan worden afgeleid uit zijn oorspronkelijke bronnen enerzijds en het Westerse beeld van de Islam en de het gedrag van sommige Muslims, totaal onachtzaam tegenover deze nobele onderrichtingen, anderzijds.

Het lijdt geen twijfel dat de Westerse media een belangrijke rol hebben gespeeld in het bevestigen van dit verdraaide beeld. In alle eerlijkheid mogen we echter niet alleen de media de schuld geven. De Westerse cultuur die schrijft over andere godsdiensten, en dan vooral over Islam, geeft verdraaide beelden. Door boeken, novellen, en zelfs in academische kringen en toespraken van op preekstoelen in gebedsplaatsen, worden deze vooroordelen bevestigd.

Er zijn oprechte en eerbare mensen in de media die openstaan voor correctie van hun gebreken, en die de ware feiten presenteren wanneer deze zich opdringen, zoals we hebben gezien in de verslaggeving over de barbaarse en wrede behandeling van de Palestijnen in de Bezette Gebieden. Ik zou de media willen voorstellen om niet langer te steunen op vervormde informatie in verband met Islam. Ze moeten contact houden met opgeleide Muslims en dienen voor ogen te houden dat er in de Verenigde Staten tussen de 5 en 6 miljoen Muslims zijn. Alleen met een juiste voorstelling van en open communicatie met Muslims in Amerika (en elders, nota van de vertaler) kunnen de media een eerlijke analyse brengen over de huidige gebeurtenissen, en zo de maatschappij een dienst bewijzen.

bron : http://www.islamswomen.com/articles/do_muslim_women_have_rights.php

 

 

________________________________________________

Dit is een vertaling van een van  de vele boeiende
en leerrijke nieuwsbrieven van http://www.islamswomen.com

________________________________________________

 

Dit bericht werd geplaatst in islamswomen nieuwsbrief, je gezin, je omgeving en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.