Wat heb je geleerd?

Er werd overgeleverd dat Shaqiq (Ibn Ibrahim) Al-Balkhi aan Hatim (Al-Assam, zijn student) heeft gezegd: “Je hebt me nu al een lange tijd vergezeld, dus wat heb je geleerd?” – Hatim antwoordde: “Acht zaken.”

.
Ten eerste:

Ik keek naar de Schepping en stelde vast dat elke mens wel iets heeft dat hem dierbaar is. Maar wanneer die persoon zijn graf bereikt, wordt hij gescheiden van dat waar hij van houdt. Daarom koos ik voor mezelf als dierbare zaak mijn rechtschapen daden, zodat ze bij me blijven in mijn graf.

Ten tweede:

Ik keek naar de uitspraak van Allah, de Verhevene:

“(…) en zijn ziel weerhield van onreine begeerte,
slechte verlangens en lusten.”
(De Edele Quran 79:40)

Dus voerde ik een strijd tegen mijn eigen ‘ik’ door verlangens en lusten terug te drijven, tot mijn ‘ik’ zich vestigde in gehoorzaamheid aan Allah.

Ten derde:

Ik zag dat iedereen die iets van waarde bezit het op een veilige en beschermde plek bewaarde, en dan keek ik naar de uitspraak van Allah, de Geprezene:

“Wat bij jullie is, zal vergaan, maar wat bij Allah is, is blijvend. (…)”
(De Edele Quran 16:96)

Dus, van zodra ik iets van waarde in mijn bezit kreeg, richtte ik het op Hem, opdat het bij Hem voor mij bewaard wordt.


Ten vierde:

Ik zag mensen terugkeren naar rijkdom, afstamming en adel – en ze zijn allen waardeloos. Dus keek ik naar de uitspraak van Allah, de Geprezene:

“(…) Voorwaar, de meest edele van jullie is bij Allah
diegene die het meest (Allah) vreest. (…)”
(De Edele Quran 49:13)

Dus legde ik me erop toe Taqwa (vrees voor Allah) te verwerven,
om eerbaar te zijn in de ogen van Allah.


Ten vijfde:

Ik zag mensen mekaar benijden en dus keek ik naar de uitspraak van de Verhevene:

“(…) Wij zijn het die hun levensonderhoud onder hen verdelen. (…)”
(De Edele Quran 43:32)

Dus verzaakte ik aan naijver en jaloezie.


Ten zesde:

Ik zag hoe ze mekaar tot vijanden maakten, en dus keek ik naar de uitspraak van de Verheerlijkte:

“Voorwaar, de Satan is voor jullie een vijand.
Beschouwt hem daarom ook als een vijand. (…)”
(De Edele Quran 35:6)

Dus liet ik hun vijandschap achter me en nam Shaytan als mijn enige vijand.


Ten zevende:

Ik zag dat ze zichzelf vernederen in het najagen van hun levensvoorzieningen.
Dus keek ik naar de uitspraak van Allah, de Geprezene:

“Er is geen levend wezen op aarde, of aan Allah is het onderhoud ervan. (…)”
(De Edele Quran 11:6)

Dus concentreerde ik me wat ik Hem verschuldigd was, en liet aan Hem over wat Hij mij verschuldigd is.


Ten achtste:

Ik zag hoe ze vertrouwen op hun handel, beroep en gezondheid,
en dus vertrouw ik op Allah de Geprezene.

Mukhtasar Minhaj Al-Qasidin, pag 28

Khadejah Jones – Share Islam Team
www.islamswomen.com

 

 

________________________________________________

Dit is een vertaling van een van  de vele boeiende
en leerrijke nieuwsbrieven van http://www.islamswomen.com

________________________________________________

 

Dit bericht werd geplaatst in islamswomen nieuwsbrief, je geloof, je omgeving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.