Je kan het!

Erken allemaal in eerste instantie
wat Allah je heeft gegeven,
met wat voor een persoonlijkheid
Allah je heeft bedeeld
en werk dan in overeenstemming daarmee.

=     –     =    –    =   –   =  –  =   –   =    –    =     –     =

En wanneer Wij de mens begunstigen,
wendt hij zich af en keert hij zijn zijde toe.
Maar als het kwaad hem treft, wordt hij wanhopig.
Zeg: “Eenieder handelt naar zijn geaardheid
en jullie Heer weet best wie er beter op de Weg geleid is.”
En zij vragen jou over de ziel.
Zeg: “De ziel behoort tot de zaken van mijn Heer.
En de kennis erover wordt jullie niet gegeven, tenzij een weinig.”

(De Edele Quran 17:83-85)

In deze korte aansporing wil ik het met jullie hebben over enkele overwegingen bij drie verzen uit Surat ul Isra, de 17° Surah. Allah, azza wa djal, zegt: “Wa iza an’amna ‘alal insa ni … –  Wanneer We onze gunsten uitstorten over de mens… – a’rada – negeert hij het, met opzet.

Hier wordt verwezen naar het feit dat mensen, wanneer ze veel krijgen van Allah, zichzelf gaan wijsmaken dat ze dat allemaal verdienen, dat het iets is waar ze recht op hebben, of dat zij dat zelf hebben gerealiseerd. Ze negeren met andere woorden het feit dat dit gunsten zijn en denken in plaats daarvan dat ze dat allemaal bezitten, dat ze er op een of andere manier recht op hebben.

“Wa na’a bi ja nibih(i) – en hij draait zich om naar zijn eigen kant.“

Je kan dat vertalen als “Pf!” Als iemand je zegt: “Allah heeft je zoveel geschonken” en jij zegt “Pf!” dan is dat de letterlijke weergave van het beeld dat deze Ayah schetst. Hij zucht en blaast bij alles wat Allah hem heeft gegeven en verwerpt het idee dat dit een geschenk van God is.

“Wa iza massahu syarru…  – En als schade hem raakt… – kana ya’u sa(a) – wordt hij helemaal en totaal depressief vervuld van verdriet.“

“Allah heeft me dit aangedaan…
Wat heb ik gedaan om dit te verdienen?!”
Als hem iets goeds overkomt: “Dat heb ik verdiend! En ik heb dat allemaal zelf gedaan.” Maar als er iets ergs gebeurt: “Dat was ik niet, dat was Allah die me dit aandoet.” Wat een verdraaide manier van denken…

 Even terzijde:

Wat zo opmerkelijk is aan deze Ayah is dat ze een les in Adhab is, een les over de manier waarop we denken en praten over Allah. Iedereen kent wel de uitdrukking dat de manier waarop iemand praat weergeeft hoe hij denkt. Wanneer het gaat over gunsten, zegt Allah “Wa iza an’amNA“ Dit is de verleden tijd. Wie is hier het onderwerp? “Nahnu”, in dit geval dus Allah: “WIJ hebben hen begunstigd”. Maar wanneer er staat “wa iza massahusy syarru“… Wanneer het over gunsten gaat, dan is het onderwerp bij het werkwoord “Allah”. Wanneer het gaat over het kwaad dat hem treft, zegt Allah “massa” en het onderwerp van dit werkwoord is “as syarru”. Wanneer het kwaad hem treft, wanneer het kwaad hem raakt. Met andere woorden, Allah associeert Zichzelf niet met kwaad. Allah heeft dus niet gezegd: “Toen Wij hem door het kwaad lieten raken. Toen Wij hem troffen met kwaad of schade.”

Daarin schuilt een les voor ons, een erg diepzinnig concept in onze godsdienst over schade en voordeel in dit leven. Waar komt het er in ons geloof op aan? Alles komt van Allah. Wanneer iemand ziek wordt, is dat van Allah en wanneer hij geneest is dat van Allah. Dat is wat wij geloven. Er kan niets gebeuren tenzij omdat Allah het zo heeft gewild. Maar…! Dat betekent nog niet dat we er op die manier over mogen praten. Al is dat inderdaad de realiteit, we moeten toch een zeker niveau van respect aanhouden.

“Waarom? De waarheid is de waarheid!
Zeg het gewoon zoals het is!
Waarom moet daar zo’n formeel kleedje omheen?!”

Ook dàt is een belangrijke les. Allah leert ons iets op een manier die voor elke mens past. Een student met een volwassen instelling, een mentaal rijpe gelovige, weet dat er goed schuilt in iets goeds dat hem overkomt, maar dat er ook goed in schuilt wanneer hem iets slecht overkomt en dat dit allemaal een test is. Dat is een volwassen gelovige. Maar iedereen die niet zo volwassen is in zijn geloof, wat zal die denken wanneer je zegt: “Als iets slechts je overkomt, dan komt dat van Allah”? Ze denken letterlijk dat Allah iets gemeens heeft gedaan, dat Hij het met kwade bedoelingen heeft gedaan. Ze zijn niet in staat dit op een rijpere en wijzere manier te zien.

Daarom openbaart Allah een manier van spreken
die ervoor zorgt dat iemand die er diep over nadenkt
het zal begrijpen, maar ook dat iemand
die er slechts oppervlakkig naar kijkt
de Boodschap begrijpt en geen foute conclusies trekt.

“Het kwaad treft hem.” Allah heeft niet gezegd: “Toen Allah hem schade toebracht” want iemand met een minder volwassen houding die dat zou horen, zou helemaal in de war zijn. Nu corrigeert Allah eigenlijk de persoon die minder rijp is door te zeggen “wa iza massahusy syarru kana ya’u sa(a)” – “En als schade hem raakt, wordt hij helemaal en totaal depressief.“

“Ya’u sa” komt van “Ya’is” en het is een mubaalaga (overtreffende trap): extreem, uiterst depressief. Weet je, er zijn mensen die het gewoon zijn succes te hebben: ze halen altijd 100, ze winnen elke wedstrijd, ze winnen elk spelletje, ze zijn altijd en overal nummer één, hun vrienden luisteren altijd naar hen… Maar die ene keer krijgen ze dan eens niet hun zin… Wat gebeurt er met dit soort mensen? Dit zijn mensen die het in het leven heel moeilijk hebben met hun mislukkingen, met verlies of met een uitdaging.

Mensen die voortdurend klappen krijgen (zoals het vierde of vijfde kind): alles is ok! Of de jongste, de benjamin van de familie? Ik vrees echt voor mijn jongste zus. Die kan zich zowat àlles veroorloven. Eigenaardig genoeg verdwijnt het “politie”-gedrag van de ouders naarmate er meer kinderen komen. Ik zeg dat soms aan mijn moeder en vader. Voor ons waren ze streng, maar mijn jongste zus mag alles! “Mams, wat is er gebeurd?! Zo ging het er met ons niet aan toe! Waarom mag zij…” – “Maar nee, ons kleintje… Ze is zo klein…” Ze is niet klein! Wat gebeurt er dus met die mensen? Ze worden verwend. Gunsten kunnen iemand verwennen en als je dan zelfs maar een klein beetje wegneemt zijn ze totààl depressief!

Wat nu deze les van Allah betreft,
over Zijn gunsten en het kwaad dat je kan treffen:

Ieder van ons heeft in deze Dunya een vastgestelde hoeveelheid ni’ma (gunsten) gekregen, en een vastgestelde hoeveelheid syar (kwaad). Enerzijds heeft Allah beslist wat onze rizk zal zijn. Onze rizk, onze voorzieningen, omvat ons geld maar ook onze vrienden. Onze familie is onze rizk, onze kennis is onze rizk, mensen die ons iets leren zijn onze rizk, mensen die van ons leren zijn onze rizk, onze kinderen zijn onze rizk. Al het goede in je leven is rizk en je beschikt over een beperkte hoeveelheid ervan. Waar krijg je dat allemaal onbeperkt? Dat komt in Jennah. Hier is de voorraad van wat je zal krijgen beperkt. Het staat voor je opgeschreven. Daar bovenop is er ook een beperkt aantal uitdagingen waarmee je in dit leven zal worden geconfronteerd. Allah zal je daar niet meer of minder van geven dan wat voor je staat opgeschreven. Zo is het.

Jouw aandeel in het leven is vastgesteld.
Als je je dat eigen maakt,
dan zijn jouw uitdagingen en jouw mogelijkheden
niet dezelfde als mijn uitdagingen en mijn mogelijkheden.

En soms opent Allah de deur naar een mogelijkheid,
maar weiger JIJ erdoor te stappen…
Hij heeft ze open gezet, jij had er
een hoop beloningen door kunnen oogsten,
maar je besloot die deur niet te nemen.
Als resultaat word je met lijden geconfronteerd
en dan geef je daar Allah de schuld van.

In dit geval heeft iedereen een ander lot in dit leven, een eigen pakket uitdagingen, een eigen pakket kansen. Dan rijst de vraag waarom we niet allemaal hetzelfde hebben? Dezelfde uitdagingen? “Maak het uniform!” De volgende Ayah beantwoordt die vraag: “Qul kullun ya’malu ‘ala sya kilatihi” “Zeg hen: ‘Laat ieder werken’…” Eigenlijk betekent “kullun ya’malu” dat iedereen moet proberen te werken. Wanneer (in Arabische grammatica) een Mudarih een Siffah wordt, krijgt die de betekenis van proberen.

“Iedereen moet proberen te werken
volgens hun sya kilah (shaakila)”.

Wat is dat nu, “sya kilah”? Het Arabische “Syakl” staat voor “vorm”, de verschijnings-vorm van iets, zijn mal of gietvorm. Je kan zelfs zeggen dat de vorm van iets zijn “syakl” is. In beeldspraak – en nu gebruik ik een psychologische term – is het je aanleg. Je bent op een bepaalde manier voorgeprogrammeerd. Er zijn mensen met een goed gevoel voor humor en andere zijn dan weer heel ernstig. Sommige mensen hebben het meer voor wetenschap en anderen voor literatuur of ze zijn meer artistiek aangelegd. Dan zijn er weer die het moeilijk hebben om te ontdekken wàt ze zijn, maar ze slagen erin veel plezier te maken. Mensen hebben nu eenmaal verschillende persoonlijkheden, verschillende “syakilaat”, zeg maar. Allah zegt:

Erken allemaal in eerste instantie
wat Allah je heeft gegeven,
met wat voor een persoonlijkheid
Allah je heeft bedeeld
en werk dan in overeenstemming daarmee.

Met andere woorden, zie je die “taa marbuta” (ة) aan het einde van het woord? Dat maakt er een “marra” van, een moment, iets individueels. Er zijn geen twee mensen met dezelfde “sya kilah”. Allah heeft onze persoonlijkheden heel erg verschillend gemaakt en iedereen moet zo goed mogelijk proberen zijn eigen persoonlijkheid te begrijpen en dan, in overeenstemming daarmee, uit te zoeken hoe ze met dit gegeven het beste kunnen halen uit de mogelijkheden die ze krijgen, wat de uitdagingen en tekortkomingen voor hun persoonlijkheid zijn en hoe ze daarmee kunnen omgaan.

Dat is een erg krachtig concept op individueel vlak, maar het is zelfs zo krachtig dat Allah ergens anders in de Quran dit punt ook gebruikt op het niveau van volkeren. Je weet dat een van de namen voor “volkeren” in de Quran “shu’uban” is (De Edele Quran 49:13) – dat komt van het woord “sha’ab”. In antiek Arabisch staat “shu’uba” voor een deuk of een barst in de muur, een onvolmaaktheid. Alsof je zegt dat elk volk wel zijn goede kanten heeft, maar toch ook een paar pijnpunten. En volkeren moeten elkaar leren kennen om van elkaars sterke punten te leren.

De kracht van één volk is de zwakte van een ander en de zwakte van een volk kan de kracht van een ander zijn. In mijn cultuur zijn er elementen die helemaal niet deugen, en dan moet ik leren van een ander volk. Als Desi (*) hebben we echt slechte eetgewoonten. Dus misschien moet ik leren van een volk dat veel gezonder eet. Hun zeventigjarigen gaan nog joggen terwijl onze veertigjarigen een wandelstok nodig hebben. Misschien hapert er iets aan onze cultuur waardoor we kunnen leren van een andere. Dit slaat dus op het niveau van volkeren, maar zelfs op het vlak van een individu kan je dit toepassen.

Wanneer iemand in staat is
zijn zwakke punten te erkennen,
kan hij relaties aangaan, vrienden maken
en zich omringen met mensen
die zijn mindere punten compenseren.
Ze erkennen waarin je zwak bent
en zorgen voor tegengewicht.

Wanneer je jezelf omringt met mensen met dezelfde zwakke punten, met hetzelfde probleem… Stel, je hebt een echt afschuwelijk gevoel voor humor. Je houdt je voor niets in en dan raak je bevriend met andere mensen die ook al geen grenzen stellen aan hun gevoel voor humor… Uit die relatie komt weinig goeds voort! Iemand in deze relatie moet in staat zijn te zeggen: “Kom jongens, zo is het mooi geweest! Rustig maar.” Snap je wat ik bedoel? Maar, trouwens, als iederéén super ernstig is… jij bent doodernstig en je vrienden ook… Dat is een deprimerend leven! Je hebt iemand nodig die leven brengt in de brouwerij: “Qul kullun ya’malu ‘ala sya kilaatihi’

Wat nu de Dien betreft
en wat Allah wil dat jij met je leven doet:

We zijn alleen gelukkig als er goede dingen gebeuren maar worden depressief als ons iets niet zo leuk overkomt. De realiteit is dat ieder van jullie zijn portie goed en kwaad in dit leven zal meemaken. In plaats van te klagen moet ieder van jullie er het beste van maken op basis van zijn eigen persoonlijkheid, op basis van zijn eigen “sya kilah”.

“Fa Rabbukum a’lamu biman huwa ahda sabila(n).”
“En jullie Heer weet beter wie er beter op de Weg geleid is.”
“En jullie Meester weet wie er meer geleid is op het vlak van een pad.”

Hij zei niet “as sabila”, Hij zei “sabila(n)”
waardoor er niet staat “het” pad maar “een” pad,
wat ook weer suggereert dat ieder van ons
een eigen koers zal varen, afhankelijk van onze “sya kilah”.

Dat roept dan weer andere vraag op:
Waar komen al die verschillende persoonlijkheden vandaan?

Weet je, in de psychologie bestuderen ze eeneiige – genetisch gelijke – tweelingen. De een heeft als lievelingskleur blauw en de ander verkiest paars en ze slagen er maar niet in om dit te verklaren, aangezien die twee genetisch identiek zijn. Er zijn er die zeggen dat je persoonlijkheid het product is van je genen en je omgeving (“Nature and Nurture”). Maar dan vinden ze geen verklaring voor gevallen waarbij de aangeboren aard dezelfde is (ze zijn genetisch identiek) en ze werden opgevoed in hetzelfde gezin… Dus hun aangeboren aard is dezelfde, hun opvoeding is dezelfde en toch houdt de ene van fietsen en is de ander verzot op schepen, de één houdt van sport en de ander verkiest schaken. En ze komen er maar niet uit: “Hoe kan dat? Het zijn genetische tweelingen!”

Wel, Allah geeft een antwoord op die vraag.
Hij zegt dat er iets geheimzinnigs is aan jou en wat er in je omgaat.
“Wa yas’alu naka ‘anir ru hi. Qul lir ru hu min amri rabbi“
“Ze stellen je vragen over de ruh, de essentie van de mens….”

Trouwens, “ruh” is een boeiend woord in het Arabisch. Het houdt verband met “rauh”: vreugde, genot, tevredenheid, voldoening, … Iets in ons is de bron van ons geluk en onze tevredenheid, en het is heel specifiek voor ieder van ons. We weten er slechts heel weinig over.

Allah zegt: “Ze stellen je vragen over de ruh, de essentie van de mens.
Zeg hen: ‘De ruh valt onder het bevel van mijn Heer’.”

Hazrat Shah Wali Ullah Dehlvi stelde dat er twee werelden van Allah’s handelen zijn: “A’lamu ‘l khalq” en “A’lamu ‘l amr”. A’lamu ‘l khalq is de geschapen wereld en A’lamu ‘l amr is de wereld van Zijn gebod. Wat hij daarmee wilde zeggen is dat Allah dit fysieke universum zo heeft geschapen dat het wordt bestuurd door bepaalde wetten. Het wordt bijvoorbeeld beheerst door de tijd. Wanneer je een zaadje in de grond stopt, floept daar niet meteen een boom uit. Er is een proces dat van dat zaadje een boom maakt. Een baby verandert niet zomaar ineens in een man of vrouw. Er is een proces en tijd voor nodig. Dat is de wereld van “khalq”. Allah heeft de dingen in die wereld gemaakt met “taddarrudj”: proces, evolutie.

Maar dan is er de wereld van de “amr”. Daarin geeft Allah een bevel en het wordt totaal en perfect uitgevoerd, op datzelfde moment. De Engelen zijn van licht. A’lamu ‘l amr. Wat is de “ruh”? A’lamu ‘l amr. De Quran komt van A’lamu ‘l amr. Je hebt die onzichtbare wereld waarin dingen gebeuren die alvast niet zijn gebonden aan de tijd zoals wij die kennen. Ze worden niet beperkt door afstand zoals wij afstand zien, en niet door evolutie zoals wij die zien. Die wereld van de amr van Allah is een entiteit op zich. Wanneer de amr wordt vermeld, vind je “Kun fa yakun”: Hij geeft de amr en het gebeurt of bestaat onmiddellijk.

Meestal lijken die twee werelden duidelijk van elkaar onderscheiden.
In ons, mensen, hoort ons fysieke wezen tot de wereld van de “khalq”
en onze geestelijke entiteit behoort tot “alamul amr”.

Profeten (vrede zij met hen allen) onderrichtten hun volk, maar wat ze hen leerden komt … van waar? Alamul amr. De mirakels die ze hebben gekregen doorbreken de “alamul khalq” omdat ze behoren tot “alamul amr.” Zoals het vuur dat zijn hitte verloor voor Ibrahiem (vrede zij met hem). Dat hoort tot de amr.
Nu zegt Allah dat je “ruh”, iets binnenin je, behoort tot “alamul amr”. Hoeveel weten we over de Engelen? Hoeveel weten we ècht over hen? Niet veel. We hebben er ongeveer een idee over – zoveel als Allah wil dat we weten – maar verder hebben we er niets van gezien of ervaren.

Wat we hier dus leren is dat er binnenin jou en mij iets zit dat de essentie van onze persoonlijkheid is en toch weten we er zelf nauwelijks iets over: “Wa ma utitum minal ‘ilmi ailla qalila(n)” -“Er is je hiervoor qua kennis slechts heel weinig gegeven.”

Er zit in ons iets dat zo krachtig is
dat we het niet eens kunnen snappen.

Kijken we nu eens naar het menselijke brein. Het fysieke brein, niet onze “ruh” maar gewoon die grijze materie waarin elektrische signalen worden uitgewisseld tussen microscopische cellen… Hoeveel weten neuro-wetenschappers over dat brein? Na al die research zijn ze geneigd te zeggen: “We weten nauwelijks iets, we zijn nog maar net aan het bovenlaagje begonnen. En dat ligt nochtans in “alamu…” wat? “Al Khalq”! Hoe kunnen we dan kennis verwerven over “alamul amr”, over de “ruh”?

Wat Allah ons leert
is dat we op ontdekkingstocht moeten gaan.
Wanneer je werkt in de richting van je aangeboren aard,
zal je meer te weten komen over jezelf.

Je zal nooit ontdekken wie je bent
als je niet aan de slag gaat.
Dat is de les die ik je wil meegeven.

Tegenwoordig zeggen vooral jongeren: “Ik weet niet wat ik moet doen. Ustadh, zeg me wat ik moet doen. Wat moet ik kiezen als hoofdvak? Wat voor werk moet ik doen?” Maar ze doen niets… Ze halen dertig brokjes advies hier. Dan lopen ze naar iemand anders en halen daar ook nog eens veertig brokjes. En dan vragen ze het nog eens aan iemand anders. En dan zeggen ze: “Ik heb het aan honderd mensen gevraagd en ik heb honderd verschillende adviezen gekregen.” Allicht! Dat is omdat je het aan honderd mensen hebt gevraagd. Je hebt honderd verschillende raadgevingen gekregen omdat mensen nu eenmaal individuen zijn. Die geven je hun individuele goede raad!
Zolang je niet aan de slag gaat, zal je niet te weten komen wie je bent. Je zal je sterke kanten niet kennen. Je zal niet weten wat je zwakke punten zijn. Wees niet zo bang om te werken! Wees niet zo bang om de sprong te wagen, om iets te proberen, om te falen!

Mislukken is goed voor je.
Zo ontdek je de barsten in de muur.
Het toont je waar je nog aan moet werken
maar ook de punten waarin je wel goed bent
en die je misschien nog wat kan bijschaven.
Dit kan echter enkel gebeuren
wanneer je aan de slag gaat,
wanneer jij je erop stort.

Ik wil graag dat je dit voor ogen houdt. Onze “ruh” is van “amal al amr”. Maar dit leven, dat Allah ons hier heeft gegeven en waarin we aan de slag kunnen gaan en onszelf kunnen ontdekken, dat is geen oneindig leven. Dus zonder de tijd te rekenen waarin je opgroeit tot volwassenheid, zonder de tijd te rekenen die we slapend doorbrengen en de tijd waarin we later seniel worden, beschikken we niet over zoveel jaren om te ontdekken wie we zijn en aan de slag te gaan.

Wees dus niet bang om dingen uit te proberen.

Allah heeft ons dit ongelofelijke avontuur geschonken op deze wereld. Wees niet bang om iets uit te proberen. Het feit dat je het avontuur onderneemt om Arabisch te leren (de spreekbeurt is voor mensen in “Dream Program”, een intensieve cursus Arabisch) is fantastisch. Maar dat is nog maar het begin. Probeer iets te ondernemen in zaken, in je opleiding, een andere job. Probeer gewoon wat!
Wanneer jij je leven leidt in voortdurende angst… “Ik weet niet of dit wel zal lukken. Ik ben niet zeker of ik wel zal slagen…” dan hoor je tot het soort mensen die altijd aan de kant staan en niets bereiken. Je moet je angst laten varen en werken volgens je “sya kila”. Je moet die weerstand overwinnen. Als je daarin slaagt, zullen er fantastische dingen gebeuren in je leven wanneer je je niet meer laat deprimeren door je tegenslagen…

Dream Program” loopt nu al vijf jaar. Jullie zijn jaargang vijf – ongelooflijk. Een van mijn favoriete studenten van al die jaren – ik noem geen naam – daarvan zeg ik: “Allah heeft hem geschapen om NIET Arabisch te leren.” En dat is mijn favoriete student. Ik zie hem doodgraag. Hij studeerde harder dan iedereen die ik ken. Dag in, dag uit zit hij in de les. Tijdens de pauzes spelen anderen pingpong of ze ravotten wat, maar hij studeert. De anderen hebben hun lunchpauze, hij studeert. Hij zit bedolven onder zijn nota’s, hij herhaalt en herziet. Hij heeft altijd wel een vraag. Hij studeert en studeert en studeert. Hij heeft stapels schriftjes vol nota’s, en dan nog een en nog een… Zijn handen doen pijn… “Nee, ik gebruik geen laptop. Dat is iets voor luie mensen. Ik ga studeren.”

En hij is ook nog eens een van mijn beste vrienden. Voorheen waren we vaak samen: “He, kom je nog eens langs?” – “Ja tuurlijk!” Maar nu belde ik hem tijdens dat jaar: “Zullen we er eens samen uit trekken? Pizza eten of zo?” – “Nee, broer, ik moet studeren.” Overdag ben ik zijn leraar, en ’s avonds wil ik eens uit met mijn vriend. “Nee, ik moet studeren. Bedankt. Klik.” En toch is hij voor zoveel examens alsnog erbarmelijk gefaald. Maar ik vind het niet erg voor hem. Dat was een inspanning die de moeite waard was. Er zijn ook mensen die nauwelijks moeite deden maar gemakkelijk 100% haalden. Eerst en vooral vind ik dat ze hier hun tijd hebben verspild, het loonde niet de moeite. Bovendien heb ik geen respect voor wat ze hebben gedaan.

Wat hij heeft gedaan, daar heb ik respect voor: “Ik probeer iets en doe er mijn uiterste best voor. Ik sla niet op de vlucht bij het eerste teken dat het fout gaat. Ik ga niet zomaar weg om dan maar iets anders te doen.”

Dit geldt ook voor het soort van werk dat je zal doen, je carrière, de dingen die je zal willen bereiken en je inspanningen daarvoor. Zolang jij er wat aan hebt, ga je door. Maar van zodra het een dagje saai lijkt, klinkt het: “Goh, ik kan beter iets anders doen.” Heus? Meen je dat? Dit is Jennah niet! Hier heb je nu eenmaal goede en slechte dagen. Zo is het leven nu eenmaal! Wanneer gunsten worden uitgestort is iedereen tevreden. “Fantastisch, perfect! Zo hoort het voor mij te gaan!” Maar zodra het een beetje tegen zit: “Kaana ya’usa”, diepe depressie! “Ik weet niet of dit wel iets voor mij is. Misschien hoor ik dit helemaal niet te doen.” Dit overkomt studenten die eens voor één test gezakt zijn. Wat zeg ik? Ze halen “slechts” 95%! Hoe kan je je nu nog aan je ouders vertonen… Wie wil nu nog met je trouwen met die 95… “Misschien moet ik maar meteen opgeven, het loont toch niet meer de moeite…” Meen je dat nou?! Kweek eens wat ruggengraat! Ontwikkel een dikkere huid! Leg je toe op wat je doet, wat het ook is. Daarmee bedoel ik niet alleen je studies voor het programma (Dream Program). Dit gaat veel verder. Neem deze houding aan in je hele leven!

Wat het ook is waar je in springt, duik erin. Duik diep.

Vraag raad, maar blijf niet vragen. Ga niet door met raad vragen, nog raad vragen, weer raad vragen… zonder iets te DOEN. In je leven zijn er slechts enkele mensen die je kan vertrouwen. Er zijn mensen die er blijkbaar van houden om opzettelijk raad te vragen aan mensen van wie ze weten dat ze tegenstrijdig advies zullen geven. Ze teren gewoon op de verwarring en gebruiken dat als een uitvlucht om helemaal NIETS te doen: “Hij zei dit, maar jij zei dat.” Ze wachten er gewoon op dat je dit zegt en dan zeggen zij: “Maar HIJ zei dàt!” Dat had je me kunnen vertellen voor ik iets zei…

Vraag raad, maar doe dat met een doel voor ogen. En vraag raad met vertrouwen. Vraag er niet zomaar op los aan eender wie. Trouwens, weet je wat het betekent als je tegenstrijdige adviezen verzamelt? Eerst en vooral dat je geen zelfvertrouwen hebt. En het toont ook dat jij de mensen niet vertrouwt! Waarom vraag je hun raad als je toch weer op zoek gaat naar iemand die hen tegenspreekt? Je hoeft niet de mening van Jan en alleman te vragen.

Je luistert naar iemands raad en trekt dan je eigen conclusie.
Maar als je dan een beslissing hebt genomen,
vertrouw dan op Allah en ga verder met je leven.

Dat is de manier waarop je jezelf leert kennen. Dit is een erg belangrijke levensles die Moslims, jullie allemaal, zich eigen moeten maken. Dan staan er grootse dingen te gebeuren voor jou in dit leven en voor het welzijn van anderen in je leven.

 

 

Bron: https://www.youtube.com/watch?v=tV4LiyUwSbg

 

(*) Desi: Het woord stamt uit het Sanskriet en slaat op het volk, de cultuur en de producten van het Indische subcontinent en de mensen die van daaruit migreerden.

Dit bericht werd geplaatst in je omgeving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.