Vrouwelijke geleerde over “Goddelijke Mensenrechten”

Een advertentie op een site die ik bezocht sprak over het boek “Soefi’s, Punkers en Poëten – een christen op reis door de Islam”. Vanuit de bespreking van het boek dat zestien van zijn gesprekken weergeeft belandde ik op de site van KifKif met alle dertig gesprekken van Dhr Slaats.

Voor “Vrouwen in de Islam” ging mijn aandacht
naar het gesprek met Musdah Mulia.

Enkele zaken die me opvielen vind je hier.
De link naar het artikel volgt onderaan.

Musdah Mulia is een geleerde die activisme, politiek en academisch onderzoek gracieus in elkaar doet overvloeien. Ze was Senior Advisor voor het Ministerie van Religieuze Zaken van de Indonesische Republiek, en ook hoofd van de onderzoeksafdeling van de Raad van de Indonesische ulama. Ze geeft regelmatig lezingen aan zowel Indonesische als internationale universiteiten en momenteel besteedt ze heel wat aandacht aan de Indonesische Groep van Religie voor Vrede, een onafhankelijke organisatie die zich toelegt op de verspreiding van interreligieuze dialoog, democratie en vrede in Indonesië.

We moeten echter wel in gedachten houden dat de manifestaties van religieus radicalisme – zoals het benadelen van vrouwen – afkomstig zijn van de interpretatie van degenen die de religieuze autoriteit in handen hebben en niet van de religie zelf. Ze zijn geen gevolg van de religie op zich. Ironisch genoeg bestaat de oplossing voor dit probleem erin van tegen hen op te komen vanuit de ‘democratie’ van onze eigen religie, dat wil zeggen met ijtihad.

Alleen als er genoeg tijd
wordt besteed aan onderwijs,
zullen mensen begrijpen
dat er geen contradictie is
tussen de islam en mensenrechten,
en dat er geen contradictie is
tussen tawhid en democratie.

 

En de overtuiging dat geen mens gelijk is aan God leidt tot het principe van de gelijkheid van de mensheid. Want een koning kan geen god zijn voor zijn volk, een echtgenoot kan geen god zijn voor zijn echtgenote, een man kan geen god zijn voor een vrouw, enz. Geen enkele mens is met andere woorden superieur aan een ander. Allen zijn fundamenteel gelijk. Niemand kan zijn wil aan een andere mens opleggen alsof hij God zou zijn.

Vandaag de dag schildert men Khadija af als een rijke weduwe en Aisha als een mooie vrouw van Mohammed terwijl het beiden sterke vrouwen waren die het bevel voerden over mannen – Khadija in haar zaak en Aisha zelfs als aanvoerster van een leger. Men vergeet dus al te gemakkelijk wat zo’n vrouwen verwezenlijkt hebben. Veel historische context is verdwenen in onze leer van de islam. En vaak weten we niet hoe we alles in onze huidige context en tijd moeten plaatsen.

Weet je, moslim zijn betekent een khalifah zijn, een ‘morele vertegenwoordiger’. Dat betekent dat iedereen verantwoordelijk is om de taak van de Profeet (vzzmh) voort te zetten. De profetische taak van de mensheid is niet bij Mohammed geëindigd. Het is de plicht van elke moslim om verder te bouwen aan al-amr bi ‘l-ma’ruf wa ‘n-nahy ‘an al-munkar.
Wat onze status of situatie ook mag zijn, we moeten deze taak allemaal binnen onze eigen mogelijkheden opnemen, als leerkracht, echtgenoot, geleerde, broer, zus, politicus of wat dan ook. En zoals ik het geregeld zeg: onze missie zal pas eindigen op de Dag des Oordeels.

BRON: http://www.kifkif.be/actua/goddelijke-mensenrechten

RECENSIE VAN HET BOEK:
http://www.annelieswaterlander.nl/2015/05/07/soefis-punkers-en-poeten-prikkelende-dialogen-over-de-islam/

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in je omgeving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.